Image
Top
Kompas
30 november, 2014

Schemer IV

Wie kon ze bellen. Joost zeker niet. Hoe lief ze haar zwager ook vond, zodra er ook maar iets met zijn broertje aan de hand was ging hij door het lint. Maria dan. Hun huwelijk is nou niet bepaald je van het, net als haar eigen huwelijk. Runs in the family blijkbaar. Wie wist wat zich afspeelde in onze relatie, wie wist van het drama van gisteren.

De hete straal en de ruwe handdoek deden haar goed. Haar blauwe plekken smeerde ze in met Arniflor zalf. Haar moeder deed dat vroeger al wanneer ze weer eens was gevallen met rolschaatsen. Wat dacht ze toch ineens vaak aan haar moeder. Veel te jong was ze gestorven. Veel te jong moest zij, Yentl, zich alleen zien te redden. Toen haar moeder nog leefde woonde haar vader thuis. Niks aan de hand, goede baan en een gezonde eetlust. Door haar moeders dood stierf ook haar vader. Nou ja, soort van. Aan de drank, verslaafd aan verlepte wijven en graatmager. Dat is wat hij werd, niks om trots op te zijn. ‘Oke Yen, focus’, ze moest opschieten. Ze moest een plan maken.

Ze zou de politie bellen, alles vertellen en dan wel zien wat er van kwam. Was het verstandig, geen idee maar wat moest ze anders? Net toen ze de hoorn pakte en 112 wilde intoetsen ging de deurbel. Ze schrok zich lam. Ze drukte zich tegen de muur en keek voorzichtig in de gang. De bel ging opnieuw, hard en dringend. Ze schokte en liet bijna de telefoon uit haar handen glippen. Een silhouet ging met snelle passen voorbij het raam, richting de achterkant van het huis. Er stond nog steeds iemand voor de deur. De man ging door zijn knieën en riep de naam van Jurgen door de brievenbus. Ze zakte door haar benen en kroop achter de bank. Wie waren deze mannen, waarom dachten ze überhaupt dat Jurgen thuis was, het was een gewone maandag, toch? Ze moest naar boven, haar spullen pakken en hem smeren maar hoe kwam ze hier in godsnaam vandaan.

Wie waren dit, waar was Jurgen, wie weet wat en hoe dan… Haar hersenen draaiden overuren, ze beefde van haar tenen tot aan haar kruin. Jana kon haar helpen, die wist genoeg maar niet alles. Jana stelde wel haar huis open maar nooit vragen. ‘Als je bij me komt aankloppen zul je daar je reden voor hebben’ en ‘als je iets aan me kwijt wilt doe je dat heus wel, wanneer je eraan toe bent’. Dat was Jana.

Haar trillende vingers toetsten de sneltoets ‘Jana’ in. Na voor haar gevoel een eeuwigheid nam ze eindelijk op. ‘Met mij, Yentl, kan ik straks bij je komen?’. Ze probeerde haar stem onder controle te houden maar bij het horen van Jana’s zachte stem brak ze meteen. Snikkend hing ze op, haar vluchtplaats was geregeld. Nu nog ongezien het huis uit…

Voeg een baal toe

Op de vork genomen door

Categorieën

Schrijfsel