Weiland
Ik ben een grasspriet.En ik ben een blij grassprietje. Ik ben een grassprietje, klein en fijn. Ik heb een lijntje in het midden waar je me goed mee kunt vouwen en daarna dus kunt splijten. Dan heb je mij door de helft en ben ik nog smaller.
Je kunt zelfs op me fluiten. Het gedeelte waarmee ik in grond sta is smal en rond, een soort van pijpje met een kluitje. Als je me uit de grond trekt, trek je het kluitje meestal niet mee, dat blijft achter. Mensen stoppen mij soms graag in hun mond, dieren eten mij altijd en mensen liggen graag op mij of doen op mij gymnastiek.
Wanneer ik gemaaid wordt ben ik soms bang. Zo bruut door de helft gemaaid zonder daarom te vragen. Maar is altijd beter dan omgeploegd worden of bedolven worden onder de witte verf op een voetbalveld. Je zou maar middenstip-gras zijn. Maar ik ben geen grassprietje op een voetbalveld.
Ik ben een grassprietje aan de kant van een weiland naast de sloot. Mijn buren zijn een paardebloem en de familie madelief. Verder bestaat ons buurtje uit klavertjes en zuring. Verderop wonen wat klaprozen en wilde margrieten maar dat is wonen op stand.
Af en toe komt er een schaap voorbij en dan missen we onze kop. Gelukkig groeien we in de zomer lekker snel dus meestal krijg ik dan wel alles mee? Wanneer je een spriet bent tussen wat tegels ben je ook niet blij. Vrijwel zeker van een kort leven? Met een mes of een schoffel eruit, of met de nagels of een handharkje. Scherpe punt aan je spriet en huppakkee, weg ben je.
Nee, laat mij maar lekker staan hier bij de sloot. Als je me zoekt ben ik het meest groene sprietje wat er staat en ik zal waaien, van links naar rechts? zodat je weet dat ik het ben.

drie reacties